TTIP/CETA: Hoe zit het nu?

De Gentse burgemeester Termont organiseert deze week (22/06) een debat rond handelsverdragen ter gelegenheid van een bijeenkomst van Europese steden (Eurocities) in zijn stad. Climaxi vroeg twee kuitenbijters om ons te vertellen hoe het nu zit met die handelsverdragen. TTIP is voorlopig afgevoerd door Trump. Maar hoe zit het nu met dat CETA? Kan Gent daar een rol in spelen? Hebben de parlementen dit al gecertificeerd. Zijn CETA en TTIP familie? Raf Verbeke en Jimi Keerssemeeckers nemen je mee op een tocht door de catacomben van de vrijhandel. 

TTIP, CETA en in mindere mate TiSA zijn afkortingen die de afgelopen drie jaar veelvuldig in het nieuws zijn geweest. Het zijn afkortingen van handels- en investeringsverdragen tussen de Europese Unie en Verenigde Staten (TTIP), tussen de EU en Canada (CETA) en tussen 23 partijen waaronder de EU, VS en Canada (TiSA). TTIP staat voor Transatlantic Trade and Investment Partnership, CETA voor Comprehensive Economic Trade Agreement en TiSA voor Trade in Services Agreement.

Reden dat deze afkortingen de afgelopen jaren in het nieuws kwamen is dat ze tot veel protest hebben geleid. Eind 2016 was dit nog duidelijk toen Wallonië geen toestemming wilde geven aan de Belgische federale overheid om CETA te ondertekenen. Om duidelijk te maken waarom deze internationale verdragen tot protest leiden doen we even een stapje terug in de tijd. 

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd veel regels gemaakt om handel in goederen en diensten en investeringen te liberaliseren. Dit gebeurde vanaf 1947 in het kader van de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Tot halverwege de jaren 1970 ging het vooral om het verlagen van douanetarieven (belasting bij het passeren van landsgrenzen). Daardoor zijn de gemiddelde tarieven tussen de EU en VS nu ongeveer 5%. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld textiel- en landbouwproducten waarvoor nog steeds hoge tarieven gelden. Vanaf de jaren zeventig gaan onderhandelingen steeds minder over het verlagen van tarieven. Steeds meer gaan ze over zogenoemde niet-tarifaire maatregelen en ‘behind-the-border’ (achter de grens) kwesties. Hieronder vallen een heleboel reguleringen (wetten en regels) zoals regels over voedselveiligheid, productveiligheid, standaarden voor productie van allerlei goederen, intellectuele eigendom (zoals copyright), dataprivacy, cultuur (hoeveel % van de muziek op de radio moet in de nationale taal zijn?), arbeidsrechten, belastingregels, milieueisen, bescherming van investeringen, enzovoort. 

Kortom: handelsbeleid gaat tegenwoordig over bijna alle beleidsdomeinen waarover een land regels maakt. Handelsbeleid gaat dus in essentie over nationale soevereiniteit, democratie, normen en waarden en het soort wereld waarin we willen leven.  

Maar wat is nu het probleem met TTIP, CETA en TiSA?

In de loop der jaren hebben landen, uiteraard, verschillende wetten ingesteld voor de eigenschappen van producten en productie van allerlei goederen en diensten, voor belastingen, dierenwelzijn, arbeidsrechten, sociale rechten en bescherming van het milieu. Landen stellen soms tegenstrijdige of verschillende eisen rond producten en productie. Bedrijven die internationaal actief zijn moeten daarom soms voldoen aan meerdere standaarden om toegang te krijgen tot de markt met de hoogste eisen. Dit kan de kosten voor productie en handel verhogen. In sommige gevallen zijn sectoren deels of helemaal uitgesloten voor (buitenlandse) bedrijven omdat de overheid bepaalde taken uitvoert. Denk aan watervoorziening, afvalverwerking, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, voedselveiligheid, infrastructuur, openbare veiligheid, milieubescherming en sociale zekerheid. 

TTIP, CETA en TiSA zijn bedoeld om de regels over al dit soort zaken gelijk te trekken, zodat de kosten dalen, en om binnenlandse markten te openen waar deze nog voor buitenlandse bedrijven gesloten zijn. En, misschien wel belangrijker, om te zorgen dat toekomstige regels zo weinig mogelijk uit elkaar lopen met als doel dat internationale handel geen schade leidt. Een probleem is echter dat de economie en de bescherming van de mogelijkheid om winst te kunnen maken de voornaamste criteria zijn. Met milieueisen en sociale zaken wordt veel minder rekening gehouden. Er ontstaat dus druk om de milieustandaarden en sociale standaarden te verlagen, om plaats te maken voor hogere winsten bij (grote) bedrijven die internationaal actief zijn. 

Verschillende Europese steden en regionale overheden hebben zich kritisch uitgesproken over TTIP, CETA en TiSA. EUROCITIES, de belangenvereniging van middelgrote en grote steden, en ondertekenaars van de Verklaring van Barcelona zegt dat hun kritiek geldt voor zowel TTIP, CETA als TiSA. Ze verbinden de drie onderhandelingen dus expliciet met elkaar. De regionale overheden hebben kritiek omdat de verdragen direct en indirect een bedreiging zijn voor de mogelijkheid van steden om hun taken in het algemeen belang te kunnen uitvoeren en omdat de verdragen een bedreiging zijn voor democratie. 

Een indirect effect merken steden en inwoners doordat via lagere tarieven grotere competitie ontstaat. Het is dus mogelijk dat kleine lokale bedrijven ten onder gaan door concurrentie met grote bedrijven uit andere landen. Denk aan kledingwinkels, koffie- en broodjeszaken versus mondiale ketens of lokale landbouw versus grootschalige bio-industrie uit Noord-Amerika. De diversiteit en innovatie van de lokale economie wordt dus bedreigd door de mondiale economie. Dit geldt zowel voor Europese steden als steden elders in de wereld. 

Een direct effect merken steden op gebied van diensten, publieke aanbestedingen en investeringsbescherming. Diensten die een lokale overheid aanbiedt, zijn diensten in het algemeen belang. Via TTIP, CETA en TiSA wil men alles liberaliseren tenzij expliciet vermeld staat dat een bepaalde dienst van liberalisering uitgesloten wordt. Dat betekent dat toekomstige diensten, die bijvoorbeeld ontstaan door ICT-evolutie of robotisering, automatisch geliberaliseerd zijn. Je kan je afvragen of het verstandig is diensten van algemeen belang te privatiseren. Ze zijn namelijk niet makkelijk winstgevend en tegenstrijdig aan de doelstelling van private ondernemers die winst moeten maken. Denk aan openbaar vervoer op dunbevolkt platteland, cultuurinstellingen en zorgen voor zo algemeen mogelijke toegang tot onderwijs. 

Publieke aanbestedingen zijn goederen en diensten die overheden aankopen. TTIP richt zich op alle overheidsniveaus en dus ook op het lokale en regionale niveau.  Onder Europees recht is het momenteel toegestaan om milieuoverwegingen, sociale overwegingen, korte aanleveringsketens en ‘buy local’-eisen op te nemen in publieke aanbestedingen. Dit kan in gevaar komen door TTIP: multinationals kunnen eisen dat ‘buy local’ verboden of bemoeilijkt wordt, en ervoor zorgen dat milieueisen of korte ketens onreglementair worden. 

Investeringsbescherming hangt als een dreiging boven deze zaken. TTIP en CETA bevatten namelijk een hoofdstuk over investeringsbescherming. Hiervoor bestaan de afkortingen ISDS en ICS. ISDS staat voor Investor State Dispute Settlement. ICS staat voor Investment Court System. Dit laatste is een aanpaste versie van ISDS die de Europese Commissie heeft voorgesteld na groot maatschappelijk protest tegen ISDS. De kern blijft echter dezelfde. Buitenlandse investeerders kunnen een staat aanklagen als ze menen dat door acties van de staat (of juist het nalaten daarvan) hun investering of mogelijkheid tot het maken van winst is geschonden. Dit middel is dus alleen toegankelijk voor buitenlandse investeerders, niet voor binnenlandse. Daarnaast kan een bedrijf een staat aanklagen, maar niet andersom. Aangezien een gemeente een onderdeel is van de staat, vallen ook reguleringen, diensten en openbare aanbestedingen in principe onder dit systeem.

Want wat nu als blijkt dat een lokale overheid bij een openbare aanbesteding wil dat een bedrijf werkt volgens het principe van de korte keten, van lokaal personeel of wil dat een bedrijf niet per se de goedkoopste maar wel meer duurzame grondstoffen gebruikt? Dan wordt het voor een buitenlands bedrijf ten opzichte van een lokale of nationale onderneming moeilijker om het contract voor de openbare aanbesteding of het leveren van de dienst binnen te halen, en heeft de buitenlandse investeerder een aanzet om de staat aan te klagen. Momenteel bestaat er nog geen duidelijke juridische taal waarin lokale overheden beschermd worden tegen claims van buitenlandse investeerders. Voor lokale overheden is het belangrijk om te weten wie een eventuele claim moet betalen. Is dat de nationale overheid of de gemeente? EUROCITIES stelt dat er geen behoefde is aan ISDS en ICS omdat de nationale rechtbanken voldoende in staat zijn om zulke geschillen op te lossen. 

In veel steden en provincies in Europa zijn moties aangenomen waarin men zich kritisch uitspreekt over TTIP. Dat heeft ertoe geleid dat meer dan 2300 gemeenten en provincies zichzelf tot TTIP-CETA-TiSA-vrije zones hebben verklaard. Dat is een symbolisch actie waarmee wordt aangegeven dat men het niet eens is met de manier van onderhandelen en de inhoud van deze verdragen. Een soortgelijke actie gebeurde ook in 2004 rond onderhandelingen over het General Agreement on Trade in Services (GATS). In Canada, de VS en Europa verklaarden gemeenten zichzelf GATS-free uit protest tegen de liberalisering van diensten. Het protest tegen TTIP, CETA en TiSA komt dus niet uit het niets maar is onderdeel van een strijd tegen de neoliberale globalisering die al zeker 20 jaar aan de gang is.

In Gent is op 29 juli 2015 via een burgerinitiatief een motie ingediend om Gent tot TTIP-vrije gemeente te verklaren. In die motie wordt gevraagd om de onderhandelingen over TTIP en TiSA te stoppen en het CETA-verdrag (toen nog CETA-ontwerp)  af te keuren. Op 29 september 2015 is deze motie besproken op de gemeenteraad. Vervolgens heeft de gemeenteraad het voorstel geamendeerd. Daarmee wil de gemeente uitdragen dat ze TTIP niet verwerpt, maar dat ze oproept om het enkel goed te keuren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In het kader van Gent als Smart City noemt met dit een Smart TTIP. De aangenomen motie gaat verder niet in op CETA en TiSA, wat op zich bijzonder is. CET en TTIP zijn niet identiek maar ze hebben wel belangrijke dingen gemeenschappelijk. Hierbij gaat het onder andere om investeringsbescherming via ICS, liberalisering van publieke diensten en de financiële sector en onevenredig veel inspraak van grote bedrijven in toekomstige wet- en regelgeving. Dit staat tegenover een zwakke bescherming van milieustandaarden en sociale standaarden. Daarnaast hebben sommige bedrijven uit de VS één of meer dochterfilialen in Canada en sommige Canadese bedrijven ook in de VS. Vaak gaat het dan om grote multinationals. Via de filialen in het buurland kunnen Amerikaanse bedrijven van CETA en Canadese bedrijven van TTIP gebruik maken. CETA is daarom soms omschreven als ‘TTIP via de achterdeur’ of ‘Paard van Troje' van TTIP. Wie kritisch is over TTIP zou dat dus ook moeten zijn over CETA. 

Daarom willen wij de Gentse gemeenteraad even hard zien reageren tegenover TTIPP als tegenover CETA. Gent kan een beweging in gang zetten die nationaal kan leiden tot het niet ratificeren van TTIPP in onze regionale parlementen.

CETA en TTIP zijn niuet identiek maar ze hebben wel belangrijke dingen gemeenschappelijk. Hierbij gaat het onder andere om investeringsbescherming via ICS, liberalisering van publieke diensten en de financiële sector en onevenredig veel inspraak van grote bedrijven in toekomstige wet- en regelgeving. Dit staat tegenover een zwakke bescherming van milieustandaarden en sociale standaarden. Daarnaast hebben sommige bedrijven uit de VS één of meer dochterfilialen in Canada en sommige Canadese bedrijven ook in de VS. Vaak gaat het dan om grote multinationals. Via de filialen in het buurland kunnen Amerikaanse bedrijven van CETA en Canadese bedrijven van TTIP gebruik maken. CETA is daarom soms omschreven als ‘TTIP via de achterdeur’ of ‘Paard van Troje van TTIP’. 

In het kaderstuk gaan wij dieper in op de vergelijking tussen TTIP en CETA vanuit Gents perspectief.

Hoe staat het er nu voor in de Belgische politiek?

De federale en de Vlaamse regering hebben CETA goedgekeurd. Dat wil zeggen dat de Belgische ratificatie-periode van start is gegaan. Het is mogelijk dat beide regeringen snel een instemmingswet/decreet gaan voorleggen in de Kamer en in het Vlaams Parlement. Dit maakt het verzoek voor een hoorzitting aan het Vlaamse Parlement des te dringender.

Het is duidelijk dat dit alles te maken heeft met een bewuste strategie van voldongen feiten tegen het Waals Parlement. Dat parlement heeft als enige een politieke meerderheid die CETA kan stoppen. Het is ook dankzij het parlement dat België zich volgens CETA het recht mag voorbehouden om het Staat-Investeerders mechanisme (ICS) te toetsen aan de Europese verdragen voor het Europees Hof in Luxemburg.

Bourgeois en Michel wachten deze toetsing niet af en geven daarmee aan Magnette, aan Europa en aan al wie CETA goed gezind is een duidelijk signaal: Vlaanderen en België blijven de beste leerlingen in de Europese klas. Open die grenzen voor hormonenvlees, voor investeerders in fracking en teerzandolie, enz.

Dat deloyaal, eenzijdig en mogelijks ongrondwettelijke beleid is zelf op lokaal vlak zichtbaar. De burgers die een debat over CETA wilden in de gemeenteraad van Aalst werd hun decretaal verankerd spreekrecht ontnomen door NVA burgemeester D’haese. CETA blijkt een zeer belangrijk puzzelstuk te zijn in het economisch nationalisme van de nieuwe Vlaamse alliantie.

Meer info over CETA? Bekijk de documentaire

Jimi Keerssemeeckers/Raf Verbeke

Op donderdag 22 juni organiseren een aantal Gentse bewegingen vanaf 16u30 een actie aan het stadhuis van Gent, tijdens de Eurocities bijeenkomt.

TTIP: de Gentse motie geanalyseerd

In de Gentse motie staan negen principes waaraan een SMART TTIP volgens de gemeenteraad zou moeten voldoen. Dit zijn de volgende:

Garantie van de noodzakelijke antwoorden op de uitdagingen van de steden voor de toekomst: TTIP is door voormalig Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht omschreven als een levend akkoord, een ‘living agreement’. Hij bedoelt daarmee dat de regels die in TTIP staan in de toekomst nog kunnen veranderen en aangevuld worden. TTIP, en ook CETA en TiSA, zijn een soort raamwerk dat stelt waarbinnen de spelregels gemaakt moet worden. Maar de exacte regels moeten in de loop der tijd ontwikkeld worden. Dit zien we terug in de nadruk op regelende samenwerking. Het is de bedoeling dat regulatoren van diverse sectoren op zoek gaan naar wat zij zien als barrières voor handel tussen de VS en EU (in TTIP) en Canada en de EU (in CETA) en suggesties doen aan overheden om de barrières te verlagen. Het is dus tegenstrijdig aan de aard van TTIP, CETA en TiSA om te vragen om klare antwoorden voor de toekomst. Deze akkoorden zijn niet bedoeld om kant en klare antwoorden te hebben. De regels worden tijdens het spel gemaakt. 

Beleidsruimte voor een sterke lokale overheid dicht bij de mensen en om o.a. sociale en ecologische garanties in overheidsaankopen te schrijven: via schadeclaims of zelfs enkel de dreiging daarvan ontstaat een zogeheten ‘chilling effect’ bij overheden wanneer ze regels willen instellen. De regels zullen minder eisen stellen op sociaal of ecologisch vlak en er zelfs helemaal niet komen uit angst voor torenhoge schadeclaims. Via ICS ontstaat een parallelle rechterlijke macht om deze verdragen te interpreteren. De nationale overheden en het Europees Hof van Justitie zijn niet meer de exclusieve rechterlijke machten die nationale en Europese wetten moeten toetsen. 

Streven naar een eerlijke en correcte handel en economische duurzaamheid voor elkeen, klimaatneutraliteit en het uitsluiten van alle vormen van armoede: De afgelopen decennia hebben een toenemende ongelijkheid binnen westerse samenlevingen laten zien. Een voortzetting hiervan onder CETA en TTIP is moeilijk te rijmen met economische duurzaamheid. De bio-industrie en fossiele-brandstofindustrie in de VS en Canada passen niet bij klimaatneutraliteit. In Canada wordt olie en gas uit de grond gehaald via de extreem milieuvervuilende techniek ‘fracking’. In Europa hebben meerdere landen en regionale overheden een verbod ingesteld op fracking. Via het ICS-mechanisme CETA zouden de moratoria in Europa aangevochten kunnen worden door Canadese, Amerikaanse en zelfs Europese bedrijven met een vestiging in Canada. 

Streven naar een slagkrachtige en performante publieke dienstverlening voor alle burgers: Hoewel vaag is wat met ‘slagkrachtig’ en ‘performant’ wordt bedoeld, is wel zeker dat via CETA de openbare dienstverlening niet wordt versterkt. Via CETA is verdergaande liberalisering toegestaan. Een dienst terugbrengen van private naar publieke handen is verboden. 

Streven naar een permanente ontwikkeling en verslimming van onze steden, met een belangrijke rol voor de overheid in innovatie op sociaal, ecologisch en economisch vlak: Allereerst is vaag wat een permanente ontwikkeling en verslimming inhoudt, dus is het moeilijk om dit te toetsen aan CETA. De overheid kan inderdaad een belangrijke bron en katalysator van innovatie zijn. Tegelijk komen de hedendaagse handelsakkoorden als CETA en TTIP voort uit een neoliberaal gedachtegoed waarbij een kleine rol voor de overheid is weggelegd. Competitie en marktwerking tussen private partijen zijn juist wel belangrijke mechanismen. 

Een smart TTIP mag niet leiden tot een afname van onze Europese standaarden. Hierbij staat een maximale bescherming van de lokale economie, consumentenrechten, volksgezondheid, sociale rechten, dierenwelzijn en het milieu voorop. Het in Europese verdragen verankerde voorzorgsprincipe moet daarbij maximaal worden gerespecteerd: In CETA zal geen directe verwijzing staan naar een Europese en nationale standaard die verlaagd moet worden. Maar door de lokale economie in toenemende mate te laten concurreren met de mondiale economie zal de bescherming van de lokale economie afnemen. Dit heeft ook een neerwaartse druk op sociale rechten en arbeidsrechten. De grootschalige bio-industrie in de VS en Canada zal concurreren met de kleinere boeren in de EU. Naarmate de bio-industrie groeit, zorgt dit voor een toenemende verslechtering van dierenwelzijn, milieu en volksgezondheid. Consumentenbescherming en -rechten worden onder andere bedreigd door deregulering van financiële diensten, waarmee het risico op financiële en economische instabiliteit verhoogt. ‘Technische handelsbarrières’, die bedoeld zijn ter bescherming van mens en milieu, zullen door regelende samenwerking verlagen. De EU en de lidstaten van de EU hebben alle 8 fundamentele arbeidsrechten van de International Labour Organisation (ILO) geratificeerd. Bij Canada treedt nummer 8 van de 8 in werking in juni 2017. De VS hebben slechts 4 van de 8 fundamentele arbeidsrechten van de ILO ondertekend. Aangezien veel Canadese multinationals actief zijn in de VS is hier alsnog het gevaar voor verschraling van arbeidsrechten. 

Het verankeren en versterken van het exclusieve recht van democratisch verkozen organen, zoals het Europees Parlement, het Amerikaans Congres en de parlementen van de Europese lidstaten, om te beslissen over algemeen geldende wet- en regelgeving: officieel zal CETA hieraan niets veranderen. CETA zal echter wel beperkingen opleggen aan de procedures en breedte waarover democratische organen iets te zeggen hebben. De liberalisering van diensten is eenrichtingsverkeer. Eenmaal geliberaliseerd zal het heel moeilijk zijn om een dienst terug in publieke handen te brengen. De politici die over 10 jaar een mandaat krijgen zijn dus sterk beperkt door degenen die nu over CETA beslissen. Via regelende samenwerking gaan de EU en Canada op zoek naar ‘handelsbarrières’. Via een advies wordt vroegtijdig in het wetgevend proces de agenda van de officiële wetgevende organen gestuurd richting het advies dat komt uit deze regelende samenwerking. Ook hier speelt ICS mee bij het beperken van nieuwe wet- en regelgeving. Progressieve voorstellen waarbij mens en milieu belangrijker zijn dan winst zullen nog moeilijker aangenomen worden, door het gevaar om als staat aangeklaagd te worden door bedrijven. 

Het verankeren van het exclusieve recht van een onafhankelijke rechterlijke macht om wetten en regelgeving die het algemene publieke belang betreffen, te interpreteren en te handhaven: zie 2 en 3

Jimi Keerssemeeckers