Wat als Doel ontploft? (1)

Kermis in TsjernobylOp 25 juni zullen tienduizenden Belgen, Duitsers en Nederlanders een menselijke ketting vormen van 90 kilometer tussen Aken, Maastricht en Tihange. Deze menselijke ketting is een internationale oproep de kerncentrales Tihange 2 en Doel 3 onmiddellijk te sluiten. Beide oude centrales vertonen zo veel mankementen (waaronder duizenden scheuren in het reactorvat) dat het in bedrijf houden onverantwoordelijk is. Zou het tot een explosie van het reactorvat komen en de inhoud daarvan zich verspreiden, dan is evacuatie van de bevolking acuut noodzakelijk. De regio’s in de drie landen behoren tot de dichtstbevolkte van West-Europa. In een straal van 20 km rondom Tihange, de zogeheten noodplanningszone of evacuatiecirkel, wonen 1,1 miljoen mensen. Rek je die cirkel op tot 80 km, dan moet je ook bewoners van de regio’s Aken en Zuid-Limburg in veiligheid brengen en gaat het al om minimaal 2,3 miljoen mensen.

In de naaste omgeving van Doel wonen anderhalf miljoen mensen. Op 75 km afstand van de centrales wonen er 9 miljoen. Zou je de cirkels oprekken tot 100 km, de afstand waarbinnen mensen jodiumtabletten krijgen, dan zouden rond Doel en Tihange enkele tientallen miljoenen geëvacueerd moeten worden. Weinigen zullen thuisblijven  om - met ramen en deuren dicht en televisie aan - het nieuws van de kernramp te volgen, zoals rampenplannen voorschrijven. Wie vervoer heeft zal vluchten. Voor de wolk en de heersende winden uit, allen in dezelfde richting.

Op de vlucht in de file

Honderdduizenden zullen zich vastrijden in onoplosbare files en daar blootgesteld worden aan radioactieve fall-out als cesium, strontium, tritium, uranium of plutonium, met als enige bescherming een gratis jodiumpil. Mits tijdig ingenomen, verzadigt die even de schildklier. Voor andere klieren en weefsels, als longen, borstklier, rood beenmerg, geslachtsklieren, maag of de dikke darm zijn geen pillen beschikbaar. En dan is er nog de straling zonder massa, pure energie zoals gammastraling die zich door niets laat stoppen. Ook niet door het dak van een vluchtauto. Duizenden evacuees zullen dan ook meteen of op korte termijn sterven. Een veelvoud zal bezwijken aan later optredende tumoren of erfelijke afwijkingen. De evacuatiecirkels - met steden als Luik, Antwerpen, Roosendaal en Bergen op Zoom - worden no-go areas, terwijl Aken, Maastricht en Breda onveilige gebieden worden. Een deel van de splijtingsproducten, die neerdalen met de fall-out, blijft namelijk lang gevaarlijk: radioactief én giftig. Plutonium-239 tienduizenden jaren, uranium-238 zelfs miljarden jaren. Rendieren in Lapland zijn 30 jaar na Tsjernobyl nog steeds besmette dieren; Tsjernobyl zelf is voor de eeuwigheid onbewoonbaar.

Kernbommen en -centrales

Voorstanders van het openhouden van oude kerncentrales wijzen op de kleine kansen van een calamiteit. Er zou een goede controle zijn, zodat centrales bij storingen prompt stilgelegd worden tot het acute gevaar – voorlopig althans - is geweken. Hieruit spreekt een onbegrensd vertrouwen in het menselijk kunnen. Is dat vertrouwen terecht? Na Tsjernobyl konden we ons wijsmaken dat Russen het niet zo nauw met de veiligheid nemen, maar na Fukushima weten we dat zelfs Japanners met hun hoogwaardige technologie en hun door schade en schande verkregen stralingskennis zich stevig kunnen vergissen. Japan was het eerste land waar atoombommen vielen. De bom in Hiroshima bevatte 40 kilo uranium-235; de bom in Nagasaki 7 kilo plutonium, een hoeveelheid splijtstof niet groter dan een grapefruit. Aantal doden in Hiroshima direct of na zeer korte tijd 141.000. Aantal doden in Nagasaki 27.000. Tot op de dag van vandaag overlijden Japanners aan de gevolgen.

In kerncentrales zit beduidend meer splijtstof dan in die eerste twee bommen. Een 1000 megawatt centrale bevat tachtig- tot honderdduizend kilo verrijkt uranium, waaronder 3600 kilo uranium-235. Dat is 90 maal de hoeveelheid van de Hiroshima-bom. Maar het zit er gespreid en gekoeld zodat het niet tot explosies komt.  Anders geformuleerd: kerncentrales zijn feitelijk beheerste bommen, waar het reddende koelwater en de afstand tussen de staven zowel oververhitting als explosies voorkomen. Daarom is kernenergie ingewikkelder dan een bom; niet het geringste mag foutgaan. Dit alles zou pleitbezorgers bescheidener moeten stemmen. Maar voorstanders van het openhouden van oudere kerncentrales gedragen zich als kustwachten die beloven zinkende schepen tijdig te signaleren. Wie het toch niet vertrouwt, wordt gerustgesteld met de woorden dat schepen vrijwel nooit zinken.

De grote angst van deskundigen

De bevolking is bang, maar voorlichters doen die angsten af als opgeklopte emoties waaruit linkse politici munt zouden willen slaan. Ze verpolitieken een thema dat niets met linkse of rechtse politiek heeft te maken. Degenen die werkelijk munt slaan uit de angsten van de bevolking, zijn deskundigen zelf omdat ze hun status misbruiken om mensen gerust te stellen. Wie wordt er níet graag gerustgesteld? De sussende verklaringen van het establishment zijn een veel leukere boodschap dan de alarmerende meldingen van atoomgeleerden die uit de school durven klappen. Zij, de klokkenluiders, riskeren hun naam en faam, want ze worden niet zelden ontslagen. Zo komt het dat de voorlichting bijna geheel in handen is van radiologen en kernfysici die andermans veiligheid opofferen aan hun eigenbelangen. Hun inkomsten en pensioenen zijn direct afhankelijk van de kernindustrie, dus verdedigen ze haar. Desnoods met halve waarheden. Achter hun welbespraaktheid gaan emoties schuil waarbij die van burgers verbleken. Het wordt dan ook tijd af te rekenen met de clichés van elites versus hysterische  leken. Het wordt tijd de hysterie van deskundigen aan te tonen! Daarvoor is kennis nodig, en inzicht in hun beweegredenen.

Geld

Waarom pleiten ze voor het openhouden van Tihange 2 en Doel 3? Niet omdat de duizenden scheuren of watervlokken wel meevallen, maar omdat er geen geld is de centrales nu te ontmantelen. Het sluiten of ontmantelen kost minimaal een miljard. Dat is een dure begrafenis, reden waarom men de dode nog een poosje opgebaard houdt, ondanks de temperaturen en toenemende gevaren. De risicoanalyses en stralingsbescherming schieten tekort, maar ook de financiële onderbouwing is heel misleidend. Het probleem van de afvalverwerking is nooit opgelost. Er is eenvoudig geen oplossing en “wat niet is, wat niet kost” lijken deskundigen te denken. Het afval ontstaat op vijf plaatsen: 1. bij de uraniummijn, 2. bij de verrijking (dat is het verhoudingsgewijs splijtbaarder maken van uranium), 3. in de kerncentrale, 4 bij de opwerking (het recyclen van splijtstofstaven) en 5. bij de ontmanteling. Uranium uit fase 1 en 2 wordt in wapens gestopt. Dat is lucratief maar kun je nauwelijks een oplossing noemen. Eigenlijk schuift men het afvalprobleem door naar volgende generaties. Ook de kosten van evacuatie bij rampen zijn slecht te becijferen. Het onbewoonbaar raken van steden en de tienduizenden doden en miljoenen ziektegevallen gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Dus zitten de kosten niet in de prijs van een kilowattuur. Hopen dat er niets gebeurt is aanmerkelijk goedkoper. Bij normaal bedrijf produceert een kerncentrale weinig afval; wel wordt het personeel – zeker bij onderhoudsklussen – aan gevaarlijk hoge doses blootgesteld die op termijn tot kanker leiden. De laatste twee stappen in de nucleaire cyclus, opwerking en ontmanteling, zijn de meest riskante en smerigste stadia. Opwerken gebeurt o.a. in Cap la Hague en in het Engelse Sellafield. Vóór 1981 heette Sellafield Windscale, maar de 194 ongevallen en de radioactieve vervuiling van de Ierse Zee maakten een nieuwe naam wenselijk. Milieu- en gezondheidsschade worden niet in de stroomprijs verrekend, en voor de ontmanteling blijkt dus niet eens gespaard. Als geld een argument in de energiediscussie zou zijn, zou kernenergie direct afvallen. Maar er zijn nog andere zwaarwegender argumenten om kernenergie af te wijzen en alle centrales te sluiten.

Els De Groen

Foto's: Floris Akkerman

Info Mensenketting: https://www.chain-reaction-tihange.eu/nl/

Morgen: deel 2: wat doet straling met ons?

Els de Groen (Den Haag, 1949) werkte een aantal jaren als lerares Frans, tot ze de gelegenheid kreeg fulltime auteur en journalist te worden. De controverse rondom kernenergie interesseerde haar zozeer dat ze zich in de materie ging verdiepen. Professor Joop Fast en stralingsdeskundige Govert Nooteboom (adviseur van de Gezondheidsraad) werden haar privéleraren. In 1982 verscheen haar boek “De splijtzwam”, over een opwerkingsfabriek.Tijdens de Brede Maatschappelijke Discussie in de jaren tachtig sloot ze zich aan bij de WED, Werkgroep Energie Discussie. In deze periode verscheen “Straling, mag ’t ietsje meer zijn” dat een oplage van 60.000 exemplaren zou halen. In 2004 werd ze lid van het Europees Parlement, waar ze een symposium over uraniumwapens organiseerde en een resolutie over de ban op die wapens indiende, die met grote meerderheid door het parlement werd aangenomen. Nieuwe publicaties: het foto- en tekstboek “The Human Cost of Uranium Weapons” (2007), met medewerking van de International Coalition for a Ban on Uranium Weapons (ICBUW) en de Groenen. “Depleted Uranium” (2009) met tekst van Prof. Dr. Massimo Zucchetti, een wereldwijd bekend DU deskundige. In 2016 publiceerde ze het autobiografische “Voor het volk”, over de relatie tussen Oost en West. In dit boek komen kernenergie en uraniumwapens regelmatig ter sprake.

website: www.elsdegroen.nl

https://www.facebook.com/els.degroen